//

(Altijd paraat voor gerechtigheid.)
Samenwerking
Voor nog meer info kijk ook bij Interview met ex BBE-er
Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten
Auteur: Matthijs Crielaard / PJ
Het Korps Commandotroepen
Het baretembleem
Opleiding
Bron: www.korpscommandotroepen.nl
Special Boat Squadron
De kracht van de kikker
Arrestatieteam
Scherpschutters
Uitrusting
Dit artikel is ter beschikking gesteld door www.arrestatieteam.nl
, de website over de Nederlandse arrestatieteams
NI
Nationella Insatsstyrkan
Oprichting
Commandostructuur
Het Zweedse 'Nationella Insatsstyrkan' in actie tijdens een oefening.
Acties
Bron: Conny J, Polisen i Sverige; SpecWarNet
Grenzschutzgruppe 9
Opleiding en commandostructuur
Inzet
Auteur: Sasa Miljkovic / PJ
Speciaal Interventie Eskadrin
Geschiedenis
Organisatie
Selectie en training
Wapens
Inzet
Auteur: Martijn Demmers / PJ
Special Air Service
Geschiedenis en operaties
Organisatie
Een squadron bestaat uit 4 Troops, die weer bestaan uit 4 groepen van 4 commando's. Deze Troops zijn
allemaal verschillend van elkaar, ingedeeld bij specialiteit. Zo bestaat er een Mountain Troop die bestaat
uit mountainleaders, de Boat Troop die bestaat uit kikvorsmannen, de Air Troop die gespecialiseerd zijn
in infiltraties via de parachute, en de Mobility Troop die alles weet van het snel infiltreren door middel van
quads, motoren, jeep en alle andere in gebruik zijnde voertuigen. Let wel: dit zijn specialismen. Elke
SAS-commando heeft een zware algemene opleiding gevolgd die bestaat uit lange marsen, het leren van
OP's bouwen, leren omgaan met veel gebruikte wapens, het leggen van hinderlagen, het vernietigen van
doelen en een jungletraining.
Antiterreur operaties
Geschiedenis
Organisatie
Training
Operaties
Auteur: Martijn van Diessen / PJ
Federal Bureau Of investigation - Hostage Resque Team
Geschiedenis
Organisatie
Training
Operaties
De bekendste operatie (operatie "Wacmur", Waco murders) waar het HRT aan deel heeft genomen is
echter de belegering van een kamp in Waco, die begon op 28 februari 1993. Na een mislukte inval van
het Bureau of Alcohol, Tobacca and Firearms (BATF) bij een kamp waar een sekte (Branch Davidians)
zich had gevestigd, werd de FBI erbij geroepen. Zoals gezegd bestond de CIRG nog niet, dus moesten
naast het HRT ook experts in onderhandelingen en psychologen opgeroepen worden die van
verschillende onderdelen kwamen. In het kamp waren niet alleen mannen en vrouwen, maar ook kinderen
aanwezig. Ondanks het feit dat al deze mensen vrijwillig in het kamp verbleven, werd er toch het HRT
bijgehaald omdat er was geschoten met automatische wapens op agenten.
Auteur: Martijn van Diessen / PJ
Naar boven

Met de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB) beschikt de commandant van de marechaussee
over een bijzondere eenheid, die hij kan inzetten wanneer snel en specialistisch optreden geboden is. De
brigade kan samen met civiele of militaire eenheden optreden, maar is ook voldoende toegerust voor
zelfstandige acties. De BSB, die alleen uit vrijwilligers bestaat, beschikt daarvoor bijvoorbeeld over
observatie- en aanhoudingsteams. Het personeel, dat een gerichte training heeft gevolgd, is voor een
breed scala van opdrachten inzetbaar, variërend van het binnendringen in gebouwen en het beveiligen
van gebouwen en personen tot aan het herkennen van (geïmproviseerde) explosieven. Uiteraard zijn de
persoonlijke beschermingsmiddelen aan de aard van het optreden aangepast. Voor een goede
taakvervulling is de brigade bovendien met snelle en praktische voertuigen uitgerust. Ook heeft de BSB
als taak te assisteren bij acties door de BBE.

Het Korps Commandotroepen (KCT) heeft als taak het voorbereiden en uitvoeren van speciale operaties,
in het kader van bondgenootschappelijke verdedigings- en crisisbeheersingstaken en het verzorgen van
speciale opleidingen ten behoeve van eenheden van het Duits/Nederlandse Legerkorps en
opleidingseenheden.
De hoofdtaak van het Korps Commandotroepen, een speciale eenheid van de Koninklijke Landmacht, is
veelzijdig. Speciale operaties worden uitgevoerd door kleine eenheden die met speciale uitrusting
worden ingezet in vijandelijk gebied. De commando's moeten bij de uitvoering van de taken volledig op
zichzelf kunnen staan. Speciale operaties zijn te verdelen in Speciale Verkenningen (Special
Reconnaissance), Offensieve Acties (Direct Action), Militaire Steunverlening (Military Assistance) en
Afgeleide Taken (Collateral Activities).
Voorbeelden van speciale operaties zijn waarnemings- en verkenningsopdrachten en het aanvallen van
vijandelijke doelen door middel van hinderlagen, overvallen en/of sabotage. Ook het ontzetten van
gegijzelde burgers en/of militairen en terreurbestrijding in crisisgebieden, eindgeleiding van
lasergestuurde munitie en het uitvoeren van evacuaties behoort tot het takenpakket. Daarnaast heeft het
Korps Commandotroepen ook de taak om bijzondere militaire steun te verlenen aan bondgenoten of aan
eenheden van de Nederlandse land- en luchtmacht of de Marine.
De ondergrond van het embleem wordt, evenals bij alle Nederlandse baretemblemen, gevormd door de
"Gotische W", die duidt op de naam Wilhelmina, Koningin der Nederlanden van 1898 -1948. De dolk die
dwars over het embleem loopt is ontworpen naar een originele Engelse commandodolk en is het symbool
van de verbondenheid van ons Korps met No10 Inter Allied Commando, waar de Nederlandse
Commando's van No 2 (Dutch) Troop in de jaren 1942-1945 toe behoorden.
De handgranaat die boven de dolk is gezet heeft een uiteenspattende vlam en duidt op de agressiviteit
die elke commando moet bezitten. Als laatste in het oog springend kenmerk van het baretembleem is
de in het lint aangebrachte spreuk "Nunc aut Nunquam" oftewel "Nu of nooit". Zij geeft het
doorzettingsvermogen, het onverzettelijke weer waar commando's over dienen te beschikken.
De Commando-opleiding duurt in totaal 12 (voor kandidaten die al in werkelijke dienst zijn) of
14 maanden (kandidaten uit de burgermaatschappij). De opleiding bestaat uit een Vooropleiding (VO)
van 4 respectievelijk 12 weken, de Elementaire Commando-opleiding (ECO) van 14 weken en de
Voortgezette Commando-opleiding (VCO) die 26 weken duurt. Tijdens de commando-opleiding is het
aanleren van individuele basisvaardigheden als ploeglid het hoofddoel. Daarnaast leert hij deze
vaardigheden in praktijk te brengen in teamverband.
Kijk voor meer informatie op:
www.korpscommandotroepen.nl

Het Nederlandse SBS van het Korps Mariniers maakt in oorlogstijd onderdeel uit van het Britse SBS als
7th Troop C-squadron en M-squadron. De officiële naam is "Ambifisch Verkenningspeloton". Het SBS is
opgebouwd uit vijf teams van vier personen en een staf van 6 (waaronder 2 officieren.). Drie van de vijf
teams zijn toegewezen aan C-squadron, twee aan M-squadron.
SBS teamleden beschikken over een breed assortiment wapens, waaronder de Glock17, de Diemaco
C7 en C8, en MAG. De Steyr SSG en Barrett .50 worden gebruikt door scherpschutters. Machinepistolen
worden nauwelijks of nooit gebruikt.
Het SBS beschikt over rubberboten, kano's, en duikapperatuur om zich te verplaatsen. Ook kan een
infiltratie plaatsvinden door bijvoorbeeld een parachutesprong.
De taken van het SBS zijn verkenning en sabotage. Ook is het SBS belast met het verzekeren van de
veiligheid voor passagiersschepen, veren en boorplatformen, eventueel met ondersteuning van de
Bijzondere Bijstandseenheid.
Het credo onder het wapen van het Amfibisch Verkennnigspeloton is in het Nederlands en klinkt in eerste
instantie niet echt indrukwekkend. Toch geeft het precies aan waar deze eenheid kan opereren: "Waar
nodig."
Waaruit bestaat een Kikvorsmannen opleiding? In dit artikel wordt een tipje van de sluier opgelicht over
de opleiding van deze Nederlandse tegenhanger van de US Navy SEAL's. Een verslag van de cursisten
van de KVM opleiding.
De KVM-opleiding word voorafgegaan door een aantal keuringen. Allereerst een zware psychische
keuring te Amsterdam waar dingen als stressbestendigheid worden getest. Hierna volgt een fysieke
keuring aan het DMC te Den Helder, waar longfuncties, vet percentage, conditie en oren worden getest.
Aansluitend volgt een zwemtest waarbij men een aantal baantjes moet trekken en watertrappelen
gedurende 2 minuten met 6 kg lood. Hierna word de loodkoppel afgedaan en duikt men deze gelijk weer
op en doet deze weer om. Deze test wordt over het algemeen als vrij zwaar beschouwd. Ook wordt er
alvast een intro perslucht gegeven om te kijken hoe de cursist reageert op het onderwater zijn.
De KVM opleiding is opgebouwd uit een aantal fases. Na de scheepsduik opleiding beginnen de
Mariniers ofwel aspirant kikkers met een ware cultuur omslag. De opleiding begint dan ook met een
veldweek te Marnerwaard waar alle SOP's (Standard Operating Procedures) worden aangeleerd ten
einde te kunnen functioneren binnen de SF-eenheid, het AMFVERKPEL. Deze week word verder
aangekleed met een behoorlijk aantal fysieke pieken en weinig tot geen nachtrust.
Iets dat tijdens de opleiding zeer veel gedaan wordt,is het duiken. Zowel met perslucht, maar dan wel op
een geavanceerd niveau, als zuurstof en mengsel (60% zuurstof/ 40% stikstof). Omdat de Mariniers
tijdens de scheepsduik opleiding al geleerd hebben te duiken met perslucht was de overstap naar
zuurstof groot. Zuurstof duiken bevat een hele andere discipline dan perslucht vanwege het recirculeren
van de zuurstof en een aantal handelingen die tijdens het duiken met de LAR VII gepleegd dient te
worden. Het is dan ook zaak dat ook tijdens grote vermoeidheid iedereen zijn koppie erbij houdt om
veilig te kunnen werken.
In Noorwegen leert men het ontsnappen vanaf grote dieptes zonder apparatuur. Na deze week begint de
zuurstof module. Dit begint met een volle dag theorie en vervolgens de rest van de week in het zwembad.
Tijdens deze week is de fysieke belasting constant aanwezig d.m.v. van veel hardlopen. 's Ochtends met
een omweg naar het zwembad toe, 's middags heen en weer rennen om even snel te eten op de kazerne
en 's avonds weer terug naar de Hr.Ms. Thetis rennen.
Tevens is er gedurende de gehele opleiding op dinsdag en donderdag avond gedurende de binnenweken
een avond programma. Dinsdag tot ongeveer middernacht en donderdag gaan we de hele nacht door en
wordt er helemaal niet gesnurkt. Het is dan ook verplicht om vrijdag na vastwerken te rusten alvorens men
deelneemt aan het verkeer en huiswaarts keert. Voor een aantal cursisten wordt het weekend hierdoor
dan ook wel erg kort.
Tijdens de opleiding zijn er een aantal tradities die in stand gehouden worden. Om te beginnen word er
een grote ton geschilderd met daarop alle namen van de cursisten. Deze ton wordt gebruikt voor het
testen van de LARVII tijdens de opleiding. Als er een cursist afvalt word zijn naam verwijderd van de ton.
Ook wordt er voor iedere week van de opleiding een couplet voor het lied verzonnen. Dit dient dan
betrekking te hebben op deze week. Dit zouden dan 17 coupletten moeten zijn, echter dit worden er in de
praktijk natuurlijk veel meer. De opleiding mag ook alleen aan en van boord via hun eigen valreep in de
vorm van een catcrawl.
Het pronkstuk is natuurlijk de vlag welke zelf vervaardigd is en wederom alle namen van de cursisten
bevat. Het is voor de leden van het AMFVERKPEL de uitdaging om deze vlag te bemachtigen en voor de
opleiding om deze te beschermen.
Een van de meest besproken tradities is de voorstel avond. Iedere cursist moet zich op deze avond
presenteren aan de leden van het AMFVERKPEL en word hierbij gigantisch te kakken gezet om te kijken
hoe men hierop reageert. Niet een van de meest leuke avonden voor de cursisten maar misschien des te
meer voor de leden van het AMFVERKPEL.
Wat de opleiding nog het meest kenmerkt zijn de fysieke eisen die gesteld worden. Om maar wat te
noemen: een load carry van 10km met 36kg, 5km verplaatsen met kajak te voet, de afsluitdijk loop, een
geforceerde mars, een speedmars van 10km, een 2 uurs duik en een 3 uurs duik, 10km afstand
zwemmen, 10km in 45 min, 40km kajakken, 100km kajakken, en de beruchte kwelsloot. Daarbij komt nog
elke dag min.10km hardlopen, vele nachtelijke verplaatsingen zowel te voet als met de kajak, gevolgd
door een early morning dive.
Kortom de opleiding bestaat uit een zwaar schema vol geladen met fysieke en psychische uitdagingen,
welke soms onoverkoombaar lijken.

Het Arrestatieteam (AT) ook wel Arrestatie en Ondersteunings Eenheid (AOE) genoemd, is een
gespecialiseerde groep agenten waarover verscheidene korpsen de beschikking hebben. Verspreid
over Nederland zijn er acht verschillende Arrestatieteams die allerlei specifieke taken vervullen. De AT's
bestaan uit speciaal getrainde agenten die een een flinke portie ervaring hebben en zware training.
Er zijn twee soorten Arrestatieteams, ingedeeld naar werkgebied. Het eerste, reguliere AT wat gewoon
staat voor Arrestatieteam heeft als werkgebied 1 van de 25 politieregio's. Aangezien er regio's zijn die
qua inwoneraantal en AT-behoefte het niet waard zijn om een apart AT te hebben zijn een flink aantal
regio's samengevoegd tot groepen. Deze groepen van politieregio's krijgen hulp van een I-AT, I-AT, wat
staat voor Interregionaal Arrestatieteam. De fusie van Arrestatieteam Zuid en Arrestatieteam Zuid-Oost
Brabant die op 1 januari plaats vond, in combinatie met de huidige indeling zorgt ervoor dat de
Nederlandse Politie in totaal over zeven AT's beschikt:
Binnen de arrestatieteams zijn er gespecialiseerde scherpschutters. Deze groep is opgeleid om vanaf
grote afstand een gericht schot af te kunnen vuren, in één keer raak. Scherpschutters kunnen een doel
uitschakelen op een afstand van 1000 meter, een discipline die geoefend wordt op een baan in
Groot-Brittanië. In de praktijk is het echter niet waarschijnlijk dat er op deze afstanden geschoten zal
worden. Afstanden tot op 600 meter zijn dan realistischer.
In bijzondere gevallen kunnen deze scherpschutters ook los van de AT's optreden, waarbij zij dan onder
de noemer BBE-P (BBE Politie) vallen. Een dergelijke inzet zou zijn voor de ondersteuning van de BBE
van het Korps Mariniers. Ook in geval van het optreden bij de tunnels in de Randstad, op 27 september
2002, waren de scherpschutters van de BBE-P aanwezig voor obeservatie en dekking. Behalve schieten
is observatie door scherpschutters van onschatbare waarde voor de planning en uitvoering van een aktie.
Meestal zijn de scherpschutters de eersten die belangrijke gebeurtenissen binnen een doelgebied
waarnemen en dit direct kunnen doorgeven via de radio.
De AT's worden onder de meest verschillende omstandigheden ingezet en stellen dan ook per inzet de
uitrusting samen. Men heeft in ieder geval de beschikking over het standaard pistool, de Walther P5 in
9x19mm. Verder kan men zwarte Nomex overalls gebruiken, in combinatie met verschillende Kevlar
kogelwerende vesten, Nomex handschoenen, een helm, speciale schoenen en verschillende beschermende
Kevlar schilden en lichaamsbepansering. Verder kan een AT gebruik maken van een Heckler & Koch
pistoolmitrailleurs en Noise and Flash Devices (NFDs), ook wel flashbangs genoemd.

tonen hun
bekwaamheden in het beëindigen van een gijzeling.
NI is de Zweedse nationale politie-eenheid voor terrorismebestrijding. Hoewel deze eenheid niet in het
diepste geheim opereert, is er weinig concrete informatie op het internet te vinden. Dit artikel is
voornamelijk tot stand door de hulp van de Zweedse Politie. Bij deze wil ik hen bedanken voor de
informatie en het beeldmateriaal dat zij hebben toegestuurd.
Tot voor kort stond als kop boven dit artikel: 'ONI - Ordningspolisens Nationella Insatsstyrkan'. Naar nu
blijkt is dit een verkeerde benaming. De 'O' zou moeten staan voor 'Ordningsavdelningen', vrij vertaalt
'Afdeling operaties'. Dit is echter niet meer dan een uitgebreide benaming, een beetje zoals een
postadres. De juiste naam is slechts "Nationella Insatsstyrkan", vrij vertaalt "Nationale Interventie-
eenheid". De naam van de eenheid wordt bijna altijd voluit gebruikt.
Zweden beschikt pas relatief kort over een speciale eenheid voor terreurbestrijding. Hoewel Zweden op
humanitair gebied een zeer belangrijk land is, oefent het op militair-politiek gebied weinig invloed uit op
het buitenland. Dit, in combinatie met de lage criminaliteit in Zweden, zijn waarschijnlijk de belangrijkste
reden voor het lange uitblijven van een dergelijke eenheid.
In 1986 werd de wereld echter geschokt door de moord op de Zweedse minister-president, Olof Palme.
Hierdoor kwam een discussie op gang, over de vorming van een speciale anti-terreureenheid, wat leidde
tot de oprichting van de Nationella Insatsstyrkan, in 1991.
Inzet van de Nationella Insatsstyrkan gebeurt onder verantwoordelijkheid van de Zweedse Nationale
Politieraad (de RPS). De politie regio Stockholm kan tevens beslissen om deze eenheid in te zetten als
"regionaal" arrestatieteam. Let wel op: Een regio kan in Zweden een oppervlakte ter grootte van heel
Nederland beslaan!
Later dit jaar (2002) zal een reorganisatie plaatsvinden, waarbij het Nationella Insatsstyrkan permanent
onder directe verantwoordelijkheid van de Nationale Politieraad (RPS) zal vallen. Dit zal waarschijnlijk
gevolgen hebben voor de inzet van het Nationella Insatsstyrkan tegen "kleinere" vergrijpen.
De opzet van deze eenheid is vergelijkbaar met die van de Duitse GSG9 en FBI HRT. Het bestaat uit 48
leden, verdeeld in 5 groepen:
2 aanvalsgroepen
1 inlichtingen- en verbindingsgroep
1 scherpschuttergroep
1 commandogroep
De aanvalsgroepen worden meestal uitgerust met diverse H&K MP5 modellen en de SIG-Sauer P226 als
back-up wapen, snipers gebruiken onder andere de PSG-90 (een AW variant van Accuracy International).
De kogelwerende vesten zijn van Zweedse makelij en hebben hun vuurproef gehad tijdens militaire
uitzendingen naar Bosnië. De Zweedse luchtmacht is in eerste instantie verantwoordelijk voor het
transport van de Nationella Insatsstyrkan teams naar het doelgebied.
De training van het Nationella Insatsstyrkan concentreert zich op ontzetting van gegijzelden in bewoond
gebied. Een speciaal team van onderhandelaars zal echter altijd eerst proberen de gegijzelden op een
vreedzame manier vrij te krijgen.
Omdat het Nationella Insatsstyrkan ook als arrestatie-eenheid optreedt, is deze eenheid veelvuldig in
actie gekomen.
Slechts enkele weken voor het schrijven van dit artikel kwam het Nationella Insatsstyrkan no in actie,
waarbij zeven zware criminelen werden gearresteerd. Deze misdadigers waren in het bezit van vier
pistolen, twee geweren en een handgranaat.

De Grenzschutzgruppe 9 ofwel GSG-9 werd opgericht in 1973. De directe aanleiding hiervoor was het
gijzelingsdrama dat zich 5 september in het Olympisch dorp in Munchen voltrok.
De Duitse overheid was na het aflopen van de Tweede Wereld Oorlog terughoudend geweest met het
oprichten van militaire elitegroepen, voor welk doel dan ook. Dit werd met name gevoed door de drang
om de rest van de wereld te tonen dat Duitsland geen bedreiging meer was. Nationale veiligheid kreeg
een lage prioriteit. Hierdoor konden terroristen het Olympische dorp binnendringen, twee atleten doden
en negen anderen in gijzeling nemen.
(Voor meer informatie over Munchen 1972, zie 'Geschiedenis')
De Duitse overheid bezwoer dat dit niet meer zou gebeuren en gaf direct de toestemming om een
eenheid voor zware terreurbestrijding op te richten. De enige voorwaarde was dat de nieuw op te richten
eenheid niet uit militairen zou bestaan, maar uit personeel van de Bundesgrenzschutz (de Duitse
grenspolitie). In april 1973, nog geen 6 maanden na het incident, werd deze eenheid operationeel
verklaard.
Leden van de GSG 9 doorlopen een rigoureus selectieproces. Kandidaten zijn allen vrijwilligers,
afkomstig van de Bundesgrenzschutsz. Militairen van de Bundeswehr zouden dus eerst uit dienst moeten
treden en vervolgens bij de Bundesgrenzschutz in dienst gaan om in aanmerking te kunnen komen. De
basisopleiding duurt 22 weken. De eerste 13 weken worden gespendeerd aan de fundamenten van
terreurbestrijding en politieoperaties inclusief een grote hoeveelheid academisch werk die andere CT *
eenheden meestal niet genieten. De laatste 9 weken worden leden getraind in specialisaties en krijgen
ze aanvullende CT-studies. Een afvalpercentage van 80% is hierbij niet ongewoon.
GSG 9 bestaat uit drie primaire groepen; GSG 9/1, GSG 9/2 en GSG 9/3. Deze eenheden zijn
opeenvolgend belast met: CT, Maritieme CT en Luchtmobiele CT. De eerste 2 eenheden hebben
ongeveer 100 leden elk. GSG 9/3 bestaat uit om en nabij de 50 personen. GSG 9 is gestationeerd in
Hangelar, vlakbij Bonn, waar ze het complex delen met de Bundesgrenzschutsz. Geld is geen probleem
als het gaat om uitrusting en wapens, maar dat geldt niet voor de accommodatie van de teamleden. Het
voedsel wordt als "slecht" beschouwd en de kamers zijn "Spartaans", een feit waar leden van GSG 9 en
de Bundeswehr vreemd genoeg trots op zijn.
Voor operaties bestaan GSG 9 teams meestal uit 5 man. Zoals eerder beschreven wordt GSG 9 volledig
door de regering gesteund als het op uitrusting aankomt. Leden hebben daarom 2 complete
gevechtsuitrustingen, 1 voor dag- en 1 voor nachtoperaties. GSG 9 heeft daarbij ook een eigen
luchteenheid, de Bundesgrenzschutsz Grenszschutz-Fliegergruppe die ze van transport zoals vliegtuigen
en helikopters voorziet. Leden van GSG 9 hoeven de eenheid niet na een bepaalde tijd te verlaten, zoals
bij andere CT- eenheden wel gebruikelijk is, maar mogen blijven zolang ze aan de strenge en inflexibele
eisen kunnen voldoen. Dit beleid is logisch aangezien de oudere leden de nieuwere leden kunnen
ondersteunen met hun ervaring. De ± 250 leden van GSG 9 vuren meer dan een miljoen patronen per jaar
af, in trainingen op schietbanen en in hun ondergrondse "killhouse". Dit benadrukt nogmaals dat de Duitse
regering noch kosten noch moeite bespaart als het om uitrusting materieel gaat. De GSG 9 gebruikt bij
hun trainingen en operaties diverse wapens waaronder: Heckler & Koch MP-5 serie machinepistolen,
G36K, PSG-1, Sig-Sauer P-226, P-228 en diverse varianten Glock pistolen. De GSG 9 traint samen met
diverse andere eenheden, waaronder de SAS en de Israelische Unit-269 (Sayeret Mat'kal).
De GSG 9 is in de loop der jaren diverse malen in actie gekomen. Hier volgt een opsomming van de
uitgevoerde acties:
1977 Ontzetting gijzelaars uit gekaapt Lufthansa toestel in Mogadishu
1982 Arrestatie van RAF terroristen
1993 Crisis in Bad Kleinen
1993 Beëindiging kaping van een KLM toestel in Düsseldorf
1994 Beëindiging van een gijzeling in JVA Kassel
1994 Deelname aan de opsporing van gijzelnemers Albert en Polak
1998 Arrestatie van chanteurs van de Duitse spoorwegen
1999 Arrestatie van Metin Kaplan in Keulen
2000 Arrestatie van een aantal vermoedde terreurgroepen in Berlijn
2002 Deelname aan de beëindiging van een gijzelneming in de Landeszentralbank in Aaken
Opvallend is dat vuurwapens slechts in vier van deze gevallen werden gebruikt: in 1977 en 1993 tegen
personen en in 1998 en 2000 tegen vechthonden die zich in het doelgebied bevonden.
Hun expertise, ervaring en reputatie maakt de GSG 9 één van de meest beroemde en gerespecteerde
eenheden ter wereld. Ironisch genoeg is het voorbestaan van deze groep allerminst zeker. Met name door
het succes van deze eenheid is het aantal terroristsche aanslagen sterk afgenomen. Het
Sondereinsatzkommando, of SEK (Het Duitse arrestatieteam) wordt steeds bekender. Er gaan dan ook
stemmen op om de functies van GSG 9 te laten overnemen door SEK. Toch hebben de aanslagen van
11 september 2001 het bestaan van GSG 9 voorlopig weer gerechtvaardigd.
* CT staat voor Counter-Terrorism, de Engelse term voor terreurbestrijding.
Bron: Bundesgrenzschutz; www.terrorism.com

Esquadron d'Intervention Special
Het Speciaal Interventie Eskadron ofwel SIE is de enige Belgische eenheid voor terreurbestrijding. Het
SIE maakt is onderdeel van de Belgische Rijkswacht. Naast een Nederlandse naam bestaat voor deze
eenheid ook een Franse naam: Esquadron d'Intervention Special, afgekort ESI. Omdat deze website
geheel in het Nederlands is uitgevoerd, zal in rest van dit artikel over SIE worden gesproken.
Naar aanleiding van de gijzeling in 1972 tijdens de Olympische Spelen, heeft de Belgische regering
opdracht gegeven aan de rijkswacht om een anti-terreur eenheid op te richten. De eenheid werd
ondergebracht bij het Mobiel Legioen, die van origine een militaire status heeft. Le Groupe Diane werd
geboren. Diana is de Romeinse Godin van de jacht, zij is ook noch te zien in het embleem van het SIE.
In 1974 kreeg Le Groupe Daine de naam Speciaal Interventie Eskadron en kreeg twee jaar later ook een
observatie team die een officieel karakter kreeg in 1980. Het aantal opdrachten die het SIE moet
verrichten konden ze in 1985 niet meer aan, daarom werd er de POSA (peloton Protectie, Observatie,
Steun en Arrestatie) opgericht. De POSA heeft elke twee provincies onder haar hoede. Bij de oprichting
zijn deze eenheden in Brussel, Gent, Antwerpen, Charleroi en Luik gestationeerd. Tegenwoordig wordt
nog steeds van hieruit geopereerd.
Het SIE bestaat uit drie eenheden die zeer nauw met elkaar samenwerken:
Het SIE is een eenheid waar niveau en kwaliteit voorop staan. Om daaraan te voldoen zijn de eisen aan
kandidaat-rekruten erg hoog. Door deze hoge eisen is er op dit moment een personeelstekort van 30%
in de interventie-eenheid. Er zijn genoeg kandidaten, maar het SIE wil absoluut niet aan de criteria tornen.
Naast de lichamelijk eisen zijn er natuurlijk ook de psychische eisen waaraan een SIE'er aan moet
voldoen. Hij moet koelbloedig en stressbestendig zijn, karakter hebben en mag absoluut geen cowboy
zijn.
De kandidaten voor het SIE en POSA moeten allereerst een medisch onderzoek ondergaan. Vervolgens
worden een week lang alle lichamelijke, psychologische en intellectuele vaardigheden bekeken en
geëvalueerd. Daarna volgt iedereen dezelfde opleiding zowel de mensen die voor de POSA solliciteren
als ook de mensen die naar het SIE willen. POSA leden vervolgen hun opleiding met een stage van twee
maanden in een eenheid, waarna ze ook in die eenheid zullen gaan dienen. De medewerkers die naar het
SIE gaan, volgen nog twee maanden extra opleiding. Vrouwen komen ook aanbod bij het SIE, maar
uitsluitend in de observatie-eenheid. De interventie-eenheid stelt te hoge om een vrouw in aanmerking te
laten komen.
In de sessie 1997 -1998 stelden zich 132 rijkswachters kandidaat voor een functie bij één van de
eenheden van het SIE, terwijl er slechts 51 vacante betrekkingen waren (23 voor observatie, 16 voor
interventies en 12 voor POSA). In de eerste selectieronde werden 29 kandidaten uitgeschakeld (om
medische redenen, administratieve redenen of na vrijwillige verzaking).
Daarna namen 59 kandidaten deel aan de testweek voor de observatie-eenheid en 44 aan de testweek
voor de interventie-eenheid en de POSA. Na afloop van die week werden er slechts 24 kandidaten voor
de observatie, 6 voor interventies en 8 voor de POSA tot de opleiding toegelaten.
Uiteindelijk slaagden 19 rijkswachters voor alle tests en zij werden in het Speciaal Interventie-Eskadron
opgenomen: 12 bij de observatie-eenheid, 5 bij de POSA en 2 bij de interventie-eenheid. Dat brengt het
slagingspercentage op nauwelijks 15%. (Benoît Dupuis - Revue van de Rijkswacht nummer 143)

Het SIE beschikt over een behoorlijk arsenaal aan wapens. Het bekendste wapen is toch wel de HK MP5.
Daarnaast gebruiken ze voor roomclearing de Remington 12-guage shotgun. Back-up wapens die
gebruikt worden zijn de Glock 17 en de Smith & Wesson .38 revolver. De snipers gebruiken de Finse
Sako TRG-21 7.62 en daarnaast hebben ze ook nog hun eigen geweer ontwikkeld.
Door de jaren heen heeft het SIE al behoorlijk wat interventies achter de rug. De meest opmerkelijke
interventies zijn:
1978 De Baron Bracht wordt ontvoerd, de verdachte kon worden aangehouden.
1980 Kaping van een schoolbus in Vielsalm, de drie kapers worden overmeesterd tijdens het
binnentreden in de RTBF studio in Brussel.
1987 Een gewapende man met mes gijzelt een vrouw, nadat onderhandelingen niets uitpakken, wordt de
man overmeesterd door het SIE.
1989 Een bankdirecteur en zijn familie worden gegijzeld
1993 Ulrike Bidergard, een Zweedse kampioene in paardrijden, wordt ontvoerd.
1996 Een lokale Rijkswachtploeg wordt beschoten door leden van GIA, een lid van de GIA werd
doodgeschoten.
1997 Tijdens een huiszoeking worden leden van het SIE ondervuur genomen door een lid van de GIA. Hij
kan later worden overmeesterd, zonder te worden gedood.
Het SIE heeft sinds de oprichting wekelijks 3 of 4 keer uit moet rukken voor een opdracht. Toch zijn alle
verdachten/misdadigers die sinds 1972 zijn geneutraliseerd op één hand te tellen.
Bron: SpecialOperations.com; Revue van de Rijkswacht; Federale Politie België

De S.A.S. is een van de bekendste en een van de beste Special Units in de wereld. De Britse
elite-eenheid is vanaf de Tweede Wereldoorlog bij elk groot conflict, zoals Vietnam, de Golfoorlog en de
NAVO-acties in Bosnie vertegenwoordigd geweest.
De SAS werd in 1941 opgericht door kapitein bij de parachutisten David Stirling. Het idee was om, in
tegenstelling tot de grote en te logge commando-eenheden van 50 man, met kleine patrouilles van 4-5
man paniek te zaaien achter de linies van de Duitsers. Het was vooral de bedoeling om met
kleine hit-and-run acties de aanvoerlijnen van Duitsland te verstoren, door het saboteren van
radarinstallaties en het vernielen van vijandelijke vliegtuigen en vliegvelden. De eerste actie vond plaats in
december van 1941, waarbij door een actie van 2 groepen 61 vliegtuigen en 2 vliegvelden werden
vernield. De SAS zou er in de Tweede Wereldoorlog voor gezorgd hebben dat meer dan 12.500 Duitsers
gedood werden of gevangen genomen.
In 1945 werd deze eenheid samen met de meeste commando-eenheden ontbonden. De eenheid werd
echter opnieuw opgericht in 1951, dit maal om dienst te doen in Brits Malaga. Ze hebben sindsdien
gediend in Borneo, Oman, Aden, Noord-Ierland, de Falklands, Irak en de Balkan. Er wordt ook gezegd
dat ze, hoewel dit door de autoriteiten wordt ontkend, hebben gevochten in Vietnam en in Afghanistan.
De SAS is opgebouwd uit 3 regimenten; het 21ste, 22ste en 23ste regiment. Het 21ste en 23ste regiment
behoort tot de territoriale troepen, wat zoveel betekent als de reserve troepen. Het 22ste SAS regiment,
ook wel het Regiment genoemd, bestaat enkel uit beroepssoldaten.
Het Regiment is volkomen self-supporting: het heeft een eigen training-wing, een inlichtingen- en operatie
staf, een verbindingsgroep en eigen piloten voor het besturen van de vliegtuigen en helikopters die
gebruikt worden voor de speciale operaties. Daarnaast heb je 4 operationele squadrons bestaande uit
16 man die de missies daadwerkelijk uitvoeren, aangeduid met A, B, D en G. Er is ook nog een reserve
squadron wat binnen korte tijd kan worden opgeroepen, aangeduid met de letter R.
Een van de taken van de SAS bestaat uit het vormen van de Britse anti-terreur eenheid (counter terrorist
team, CT-team).
De Counter-Revolutionary Wing (CRW) is het onderdeel van de SAS zich constant bezighoud met de
bestrijding van terrorisme. De CRW, ook wel Special Projects genoemd, werd eind jaren '60 opgericht
voor de bescherming van politici en hoge ambtenaren in de voormalige kolonies van Groot-Brittannië. Het
doel was om de rebellen die aanslagen wilden plegen uit te schakelen voor ze hun doel bereikte. De golf
van terrorisme in de jaren '60 en '70 heeft ervoor gezorgd dat de CRW zich is gaan bekwamen in het
bevrijden van gijzelaars en het uitvoeren van anti-terroristische acties. Dit is samen met het beschermen
van VIP's de belangrijkste taak van de CRW.
Elk half jaar wordt er een regulier SAS-squadron geplaatst bij de CRW. Dit squadron (ook bekend als
Pagoda Troop) zal uiteindelijk de acties uitvoeren. De CRW is eigenlijk het kader. Zij verzinnen de
oefeningen en hebben een speciale afdeling voor het ontwikkelen van hulpmiddelen voor
anti-terroristische acties, de Operations Research Unit. Deze eenheid heeft bewezen van grote waarde
te zijn, door bijvoorbeeld de ontwikkeling van de "flash-bang" die nu wereldwijd word gebruikt.
Het squadron van 80 man wordt tijdens haar CT-periode verdeeld in 2 groepen, Red en Blue. Een groep
wordt weer verdeeld in aanvalseenheid, en een sniper/observatie-eenheid. Een aanvalseenheid wordt
meestal verdeeld in teams van 4 man. De sniper/observatie-eenheid is ook getraind in de
aanvalstactieken.
Daarnaast is er nog een verbindingsgroep die er tijdens een operatie voor zorgt dat de verbindingen
goed zijn. Dit team traint met de aanvalsgroep, omdat ze soms een gebouw mee in moeten gaan.
Een van deze teams dient binnen 30 minuten in actie te kunnen komen, en de ander na 3 uur. Er staat op
een RAF-basis in Lyneham permanent een C-130 klaar, voor het geval dat de eenheid naar een plek
moet die ver van Hereford ligt.
In het half jaar dat een squadron dienst doet als anti-terreur eenheid wordt er veel getraind in een speciaal
voor dat doel aangelegde faciliteit genaamd "The Killing House", dat net als het hoofdkwartier van de
SAS in Hereford ligt. In dit gebouw zijn bijvoorbeeld de muren bekleed met een dikke laag rubber zodat
er geen terugkaatsende of van richting veranderende kogels zijn als er met scherp wordt geschoten, het
is voorzien van elektronische doelen, luidsprekers, rookkanonnen en deuren waarmee een entry geoefend
kan worden.
De training heeft altijd veel belangstelling gehad van hooggeplaatste leden in de Engelse regering, zoals
de Prime Minister en leden van het koninklijk huis. Deze VIP's schijnen tijdens de bezoeken zelfs te
dienen als gijzelaars.
De bekendste operatie van het CRW is de bestorming van de Iraanse ambassade, Operatie Nimrod. Op
30 april werd de ambassade bezet door 6 leden van het DRMLA (Democratic Revolutionary Movement
for the Liberation of Arabistan) met de eis om voor 1 mei 90 gevangenen vrij te laten en Arabistan te
erkennen. Er werden 26 gijzelaars genomen.
Het B-squadron dat de CT-taak had werd onmiddellijk ingeschakeld. Er werd een basis vlak bij de
ambassade opgezet en er werden observaties gedaan door leden in burgerkleren. Ook werd er
afluisterapparatuur en dergelijke geplaatst door specialisten van de politie. Toen er een gijzelaar werd
neergeschoten kreeg het team opdracht naar binnen te gaan.
Er waren bij deze actie 4 teams van 4 man betrokken. 2 teams kwamen van het dak aan de achterkant
af met behulp van touwen. Terwijl team 1 op het balkon van de 1e etage stopte en team 2 op de grond,
klom een derde team aan de voorkant op een balkon van de 1e etage. Het laatste team kwam het
gebouw binnen door een gat te blazen in de muur met een aangrenzende ambassade.
In het begin van de aanval werd met CS-gas geschoten. Het abseilen ging met problemen gepaard. Een
lid van team 1 brak met zijn voet het glas waardoor de terroristen werden gewaarschuwd, en een lid van
team 2 kreeg te maken met een knoop in zijn touw, waardoor er geen explosieven konden worden
gebruikt uit angst voor verwondingen.
De leider werd door het moedige optreden van een gijzelaar neergeschoten voordat hij de kans had een
lid van de SAS te verwonden. Drie terroristen in een andere kamer begonnen op gijzelaars te schieten
waarbij 1 dode en 2 gewonden vielen. Ze gooien echter hun wapens weg en proberen zich te verbergen
tussen gijzelaars, die hen aanwijzen. Een andere terrorist staat met een granaat in het trappenhuis en
wordt ook neergeschoten. De laatste terrorist verborg zich tussen vrouwen, die hem in eerste instantie
niet wilden aanwijzen. Hij wordt gearresteerd en overleefd als enige terrorist de aanval.
Link: BBC News, In depth: Operation Nimrod step-by-step
Bron: CT&HR; M. Evans; Lampuno

Een nog vrij onbekend onderdeel van de FBI is het Hostage Rescue Team (HRT). Dit komt veelal omdat
de media weinig aandacht aan deze tak van de FBI besteedt. Voorbeelden hiervan zijn de films, waarbij
in geval van gijzelingen nooit het HRT optreedt, maar liever een militaire eenheid met veel wapengekletter
en heroïsche acties de gijzelaars onzet.

In 1982 werd de beslissing genomen dat er binnen de politie een anti-terroristische eenheid moest
komen. Omdat deze eenheid door de gehele Verenigde Staten zou moeten kunnen opereren werd
ervoor gekozen om het onder te brengen bij de FBI. Het HRT werd in 1983 paraat gesteld en bestond uit
51 agenten. Tegenwoordig is dit aantal bijna verdubbeld naar 91 agenten
De belangrijkste taak van het HRT is om grote "belegeringen" te voorkomen door vroegtijdig in te
grijpen. In mindere mate wordt het HRT gebruikt om arrestaties met groot risico uit te voeren en om
samen met de Secret Service de regeringsleden en andere VIP's te beschermen. Ook is er sprake
van dat het HRT in het buitenland terroristen zou kunnen arresteren als het betreffende land geen
toestemming geeft tot uitwisseling, zoals het geval was tijdens de Lockerbie-zaak waarbij Libië
weigerde de verdachten uit te leveren. Dit is echter nog een omstreden punt en het is niet bekend of deze
operaties al ooit uitgevoerd zijn.
Het HRT is ondergebracht bij het Critical Incident Response Group (CIRG) van de FBI. Het CIRG werd in
'94 opgericht om beter te kunnen reageren op terroristische activiteiten, gijzelingen en andere
noodsituaties. Aanleiding voor de oprichting was dat er tijdens de belegering van een kamp nabij Waco
in 1993 sprake was van communicatiestoornissen tussen het HRT, de plaatselijke politie en
ondersteunende eenheden zoals de groep gedragswetenschappen van de FBI. Het HRT is daarom
slechts een van de acht eenheden die van het CIRG deel uit maken. De andere eenheden zijn onder
andere gespecialiseerd in het voeren van onderhandelingen, het opzetten van verbindingen en
commandoposten en het gedrag van misdadigers en terroristen. Het CIRG is gestationeerd bij de FBI
Academy in Quantico, Virginia.
Het HRT wordt nogal eens verward met SWAT-teams. Er bestaan een aantal verschillen tussen de
SWAT-teams en het HRT, hoewel dit op het eerste gezicht niet snel te zien is. Allebei de onderdelen
trainen met de FBI, hoewel alleen het HRT onder bevel van de FBI staat. De SWAT-teams maken
onderdeel uit van de plaatselijke politie van de grote steden. Dit is meteen een van de verschillen;
SWAT werkt voornamelijk plaatselijk, terwijl de HRT in het hele land (en zelfs in het buitenland) ingezet
kan worden. Een verschil is dat SWAT voornamelijk kleine invallen doet en gijzelingen oplost in huiselijke
sfeer, zoals een man die zijn vrouw en kinderen gegijzeld houd, terwijl het HRT er pas wordt bijgehaald als
SWAT het niet op kan lossen, of als het gaat om grote groepen mensen. Een typisch voorbeeld waar een
SWAT-team niet meer voldoet en waar het HRT erbij word gehaald is Waco in '93 geweest.
De training van het HRT vindt evenals de opleiding tot FBI agent plaats in Quantico, waar het HRT tevens
gestationeerd is. De hier gelegen FBI Academy beschikt over een zeer uitgebreid complex dat bestaat uit
verschillende delen, waaronder en complete stad.
Dit stadje heet Hogan's Alley. Het stadje heeft naast veel verschillende huizen waar allerlei gijzelsituaties
geoefend kunnen worden ook een bank, drogist, autohandel, een gerechtsgebouw, wasserette, herberg,
bioscoop, postkantoor, enzovoort. In dit stadje wordt er door het HRT en SWAT samen geoefend in
bevrijdingsacties, en door FBI-agenten in het algemeen in aanhoudingen, en in het gerechtsgebouw
worden proefprocessen gehouden. Het stadje is zo uitgebreid dat dagelijks er verschillende oefeningen
tegelijk gehouden worden.
Ook heeft de FBI de beschikking over een gebouw met het Firearms Automated Training System, FATS,
waarin de agenten schieten op een scherm waar een film wordt afgedraaid.
Zoals gezegd wordt er door het HRT veel met SWAT geoefend. Veel van het HRT werk bestaat uit
oefenen, om zo de paraatheid en accuratesse hoog te houden. De training is voor het HRT zelfs zo
belangrijk, dat de bevelhebber van het HRT, Richard Rogers, tijdens operatie "Wacmur" aan het eind
van de 51 dagen durende belegering bij zijn meerdere aanstuurde op een snelle inval of een terugtrekking
van zijn team. Reden hiervoor was dat als er nog langer gewacht zou worden met een inval, zijn mannen
niet ingezet zouden kunnen worden omdat ze niet scherp genoeg waren en de laatste weken geen training
hadden gehad.

Het HRT heeft sinds haar oprichting in 1982 aan verschillende operaties deelgenomen. Deze acties zijn
veelal onbekend, omdat ze niet altijd direct verband houden met wat de naam zou vermoeden, namelijk
gijzelaars redden. Een aantal operaties zijn:
De operatie liep vanaf het begin af aan al niet goed. De belangrijkste reden hiervan was dat er grote
communicatieproblemen waren tussen de betrokken onderdelen. Omdat de onderhandelaars en het HRT
niet samen trainde, waren ze niet op elkaar ingespeeld. Zo kon het dus gebeuren dat de FBI 's avonds bij
wijze van psychologische oorlogsvoering harde muziek opzette, waarmee de resultaten die 's middags
waren bereikt bij het onderhandelen tenietgedaan werden.
Het einde van de operatie verliep al even dramatisch als de rest hiervan. 's Ochtends begonnen voertuigen
van de FBI het kamp vanaf verschillende plaatsen te beschieten met rookgranaten. Er was ook een
voertuig dat een gat maakte in het belangrijkste gebouw en gas schoot in het gebouw. De bedoeling was
dat de Davidians vanzelf het gebouw zouden verlaten omdat ze uitgerookt werden. Dit duurde de hele
ochtend. Rond 11:45 in de ochtend stopte de voertuigen met het uitroken van de mensen, en bijna op
hetzelfde moment stortte er een grote muur in aan de rechterachterkant van het gebouw. Er gebeurde een
tijd niets, maar even na twaalven begonnen de Davidians te schieten. Om 12:10 werd er gerapporteerd
dat er op verschillende plaatsen branden begonnen. 9 Davidians kwamen naar buiten en werden
gearresteerd. Om 12:25 werd er door de leden van het HRT "systematisch schieten" gehoord van binnen
het kamp, waar de conclusie uit werd getrokken dat de leden van de sekte elkaar en zichzelf aan het
doden waren. Om 12:41 gingen leden van het HRT het kamp binnen door gebruik te maken van de
tunnels. Tegen die tijd was het echter te laat, en waren er 75 mensen in het vuur omgekomen, waaronder
25 kinderen.
De laatste tijd is de FBI in opspraak gekomen in verband met Waco, omdat het verschillende keren
adviezen zou hebben genegeerd en er zelfs sprake van zou zijn dat agenten van de FBI en leden van het
HRT de branden opzettelijk of door onachtzaamheid hebben veroorzaakt. De FBI ontkent al deze
beschuldigingen.

21 kinderen, komen om in de
vlammenzee.
Bron: Diarmuid Jeffreys "The Bureau"; Court TV Casefiles; Federal Bureau of Investigation;
EmergencyNet
stijl van deze pagina rusten exclusieve rechten.
webmaster.bbe@rdnet.nl
Overtredingen worden streng gestraft.